

Twaalf procent leegstand is op zich niet slecht. Ermelo scoort wel wat hoger dan bijvoorbeeld Putten, Voorthuizen en Elburg maar 12 procent is te doen. Tegelijk is 12 procent zichtbaar in elk stukje centrum.
Hoe hou je het aantrekkelijk voor inwoners en toeristen? Hoe hou je het ‘spazieren’ op gang? Ermelo is ook voor inwoners een boodschappendorp geworden. Men fietst erin, doet zijn ding en vertrekt.
Je ziet dat makelaars tijdelijke huisvesting organiseren in ‘eigenlijke’ leegstand. Snel en tijdelijk geld, dan hebben ze in ieder geval nog wat. Zo zit er even iemand in de oude Jamin, dat duurt tot januari. Ook de voormalige Posthouwer/Ziengs lijkt gevuld te raken. Branche- en dorpsvreemd, het vult een gat maar gaat niet over de lange termijn.
Ermelo heeft ooit met de bouw van de Verbinding een structureel probleem gecreëerd, de straat werd te lang, de aansluiting verdween. Op zaterdag is het rond de Dorpskamer machtig druk. Motoren staan geparkeerd voor Florado, fietsen op en rond het Weitje. Verder komt men echter niet, want waarom zou je? De recreatie verwijst naar het dorp maar dat “het bij het Weitje stopt en men het daarna misschien saai vindt verdient een structurele oplossing” is een geluid dat vaker klinkt.
De afgelopen maanden hebben we met veel bewoners en gebruikers van de Stationsstraat gesproken. “Wat denk jij ervan, hoe zie jij het voor je?” Een gesprek dat eigenlijk al 20 jaar duurt en prima is om elke tien jaar te voeren. Hoe bouwt het dorp een aantrekkelijke entree waardoor toeristen en locals verder komen dan de splitsing met de Horsterweg? Kijk je vanaf het station dan is het beeld anders maar fietsende en gemotoriseerde toeristen komen nauwelijks vanuit die kant.
Mensen veranderen, koopgedrag varieert, evaluatie zal altijd doorgaan. Ermelo heeft bovendien niet zoveel ruimte. Er is geen festivalplek, er is geen kerk met een plein waarop Ermelo zich verzamelt en zelfs naar een locatie voor een fietsenstalling is het zoeken.
Winkelen belangrijker dan beleving? Daar variëren de meningen over, zo bleek tijdens een ontmoeting in februari. In het eerste deel van de route zijn winkels ver te zoeken, en van beleving is nauwelijks sprake. Kom er maar eens langs. De toerist fietst terug naar de actie, richting De Verbinding.
“Hoe lossen we het op?” Er is een terugkerende suggestie om de straat zo te verleggen en aan te passen dat er op iedere zichthoek iets bijzonders gebeurt. Publiek wil vermaakt en verrast worden. Op cruciale kruispunten zoals bij Inzicht, de Vitringalaan en de oude Rabo meer planten gaat helpen maar dan moet je ook zorgen niet van de sokken gereden te worden.
Uitstraling verbeteren, niet kijken naar het Gat van Meiling waar ooit gebouwd gaat worden. Daarom is de horeca aan de overkant van belang. Fietsje parkeren bij de oude Rabo en lopend het dorp in. Vrachtwagens kunnen via de Horsterweg, dat doet de Plus. De Action zeult elke middag door het dorp en dat maakt het er voor de fietsers en wandelaars niet leuker op.
Gemarkeerde voetgangersoversteekplaatsen zijn een wens van veel ondernemers en inwoners. Je kunt naar ze uitkijken, oversteken is in de straat al moeilijk genoeg. Afgelopen week verfde een bedrijf de blauwe strepen weer mooi, zoiets kan je ook doen op de drempels, en dan met een witte zebra. Het zebra-symbool geeft mensen rust en verlevendigt het landschap.
De straat voor de Lidl heeft bovendien een ander probleem tijdens horeca-uren. De show-off’s (auto’s die laten zien hoe cool ze zijn) zijn volgens uitbaters én uitgaand publiek onveilig en storend. Een versmalde weg kan helpen.
Leegstand op zich wordt dan minder als een probleem gezien maar na de vertrokken Trekpleiser is het pand van Van nu aan de beurt met een tijdelijke modeverkoper en Klapwijk Mannenmode die gestopt is.
Vanaf het Pauwenplein gezien wordt de afslag naar dat deel van de straat lastiger. Altijd al was het ‘minder bedeeld’, de laatste jaren ging het beter, met Barbier Ionut, Jonker Herenmode en Lovely By Tan plus de StEK. Sinds de herbouw van de Shoeby loopt het wat achteruit en er zit ook wat leegstand die niet helpt. Meer horeca kan een idee zijn.
Je moet iets. “Dát stukje Stationsstraat anders inrichten” was een suggestie in februari tijdens een bijeenkomst van ondernemers en recreatie. Meer speelgelegenheid voor kinderen, en meer groen.
“Laat mensen er ook fietsen, het bevordert de doorstroming richting het centrum.” Bloembakken, groen, fietsers in dat deel van het voetgangersgebied aan één zijde, wandelaars aan de andere. Ontvlechting in plaats van het verbod: “geen fietsers”. Het inrijverbod zorgt nu niet voor doorstroom en dat merkt de rest. Fatbikes en bakfietsen kunnen altijd geweerd worden.
Speeltoestellen erin en dan ook maar alle nietjes voor fietsers het dorp uit? “Nietjes op straat zijn een symptoom van geen beleid, en geen oplossing. Zet de fiets langs de randen en organiseer dat men lopend komt.” Op een marktdag en op zaterdag kom je om in de fietsen, de berg staal tegenover de Expert is door de week evenmin een gezicht.
Ermelo heeft daar een paar stallingen voor nodig. “Het gebrek aan ruimte zorgt niet snel voor een oplossing”. klinkt het. Achter het gemeentehuis komt voorlopig geen Aldi, wellicht is daar plek? De stallingen vonden al wel een plekje in het Coalitieakkoord, er zal dus iets gaan gebeuren.
Bloembakken gebruiken om elders de straat te versmallen? “Leven en groen in de straat kost weinig en heeft veel resultaat. De afschrijving van de gemeente op de aanleg van de straat kan dat betalen.” Na 12 jaar lijkt het tijd voor verandering en wellicht is het geld gereserveerd.
Het centrum zien als een rondje van Boterlap tot Ilja’s Drankenkabinet via Versteeg Piano’s naar de Hamburgerweg en de Holtropstraat en dan naar de Stationsstraat om meer ruimte te maken? Er is een ambtelijke centrumvisie in de maak waardoor weer met een economisch oog naar het centrum wordt gekeken. Het dorp kan ermee voort mits er draagvlak is en dan wordt het mogelijk om de recreatie aan te haken. Ermelo is ook hun ‘home town’.
Het werkt nu niet zo maar wil Ermelo over 20 jaar floreren dan zijn dit de momenten. Nu is het smal en elke leegstand doet pijn. Elke klager krijgt bovendien gelijk, het evenementenbeleid wordt als uiterst beklemmend ervaren. “Waar wil je het dorp op laten groeien” is een vraag die in de centrumvisie beantwoord gaat worden.
Ermelo mist in deze denkfase een goed functionerende centrale, én gesteunde, organisatie die het algemeen belang dient – maar ook geld heeft. CME vervult die rol op dit moment enigszins en met weinig geld. Niet voor niets is in het coalitieakkoord een Biz (bedrijveninvesteringszone) opgenome maar een Biz gaat het zonder draagvlak niet redden. “Ermelo-centrum en recreatie samen op weg om te bouwen wat nodig is voor de toekomst” lijkt alsnog de plek waar winst te halen valt.
Zonder voelt de schade op termijn vrij groot. In veel plaatsen met een goed recreatieaanbod heeft een dergelijke centrale organisatie de omzet en vooral de cohesie versterkt. Ermelo is alleen niet zo van het samenwerken. De komende vier jaren zijn het moment om door te pakken, zeker als het dorp in 2040 relevant zijn.
In september komt er een enquête online waarin gevraagd wordt hoe het dorp, de bezoekers, recreatie en de toeristen, denken over het centrum, het aanbod en over wat er moet gebeuren.



