

Vier jaar was ze wethouder in Epe en daarvoor zat ze er in de raad. Na de verkiezingen werd Annemiek van Loon gevraagd voor Ermelo en sinds de zomer is ze wethouder met onder meer mobiliteit, riolering en klimaatadaptatie in haar portefeuille. Een kennismaking. Over de Stationsstraat, fietsen, bomen, verhalen en het lef om dingen af te maken.
Van Loon komt van een boerderij, werkte bij de gemeente Apeldoorn en verhuisde dertien jaar geleden naar het Wisselse Veen bij Epe. Haar kinderen moesten vrije uitloopkinderen worden, zegt ze. Ze komt uit de bomenwereld en noemde zichzelf al jaren bomenconsulent. Als mensen vroegen of ze met bomen praat, had ze het antwoord klaar: “Ik heb ook een kettingzaag hoor.”
Dat ze gevraagd werd voor Ermelo vindt ze een compliment. “Weet je hoe bijzonder het is dat je als politicus gevraagd wordt? Dat doet een mens wel goed.” Er ligt een coalitieakkoord met een koers waar ze in mee kan en drie collega-wethouders die volgens haar niet alleen zeggen dat het een warm bad is. “Ik ben zelf, durf ik wel te zeggen, een harde werker. Ik heb er zin in.”
Dat ze de mensen hier nog niet kent ziet ze als een voordeel. “Je ziet de hoofdlijnen. In Epe hoef ik maar op de fiets te stappen en ik krijgt weer een verhaal te horen. Dat is mooi, want zo ken ik de mensen. Dat ik hier al die details niet ken heeft ook een voordeel.” Die blik van buiten is van toegevoegde waarde, denkt ze.
Haar eerste indruk van Ermelo is dat de gemeente opvallend goed geordend is. Een station, de snelweg om de hoek, een compact centrum en het bos met Natura 2000 er strak naast. “Je hebt daar je bos, daar het water en daar je dorp, mooi netjes op een lijntje. Je hoeft het diamantje alleen nog verder op te poetsen.”
Van Loon fietst, in Epe was ze het enige lid van het college dat op de fiets kwam. Hier is ze de enige die dat vanwege de afstand meestal niet doet maar ze reserveert regelmatig een dienstfiets om het dorp te leren kennen.
Op zo’n rit langs Staverden zag ze een bord “doorgaand verkeer gestremd” maar het fietspad was toegankelijk en ze fietste er langs. Dat kon prima. “Ik ben naar de ambtenaar gegaan om te checken: dat bord geldt niet voor fietsers, hè? Bij verkeer denken we altijd automatisch aan de auto.”
Diezelfde blik legt ze op het centrum. Wie de rode bordjes vanaf de Drieërweg volgt komt uit op de parkeerplaats van de Enk. “Dat is geen welkom. Dan kom je aan een achterkant uit. Het mooie is als het centrum ademt dat je het nadert.”
Voor voetgangers geldt hetzelfde. Vroeger werd langs de straat een stoepje aangelegd en dat was het. Zij wil bij mobiliteit uitgaan van het stomp-principe: eerst stappen, dan trappen, dan openbaar vervoer en dan pas de auto. Een zebrapad hier en daar is niet genoeg. “Je moet het breder trekken en zorgen dat trottoirs ook doorgaande routes hebben.”
Haar tweede grote onderwerp zit onder de grond. Op een aantal plekken is riolering aan vervanging. Van Loon ziet dat als de kans van deze periode. “Met pleistertjes kun je een heleboel dingen oplossen maar als de straat toch op de schop moet, kun je ook even kijken naar een goede herinrichting.”
De Torenlaan, waar de riolering vervangen wordt, ziet ze als pilot. “We zorgen tegelijk voor meer groen, verhogen verblijfskwaliteit en de straat wordt éénrichtingsverkeer. Je hebt altijd een aantal redenen om iets niet te doen. Daar kunnen we laten zien hoe het kán.”
‘Integraal’ noemt ze het. Ligt de straat open, dan gaan de plannen voor fietsstraten mee, de stoepen, waterinfiltratie en groen. Bomen zijn voor haar geen decoratie. “Zo’n boom is een stedelijke airco.” Bomen in de Stationsstraat die in kleine groeiplaatsen staan en matig groeien omdat ze weinig ruimte hebben voor hun wortels noemt ze Hollandse bonsais. De discussie of iemand een boom mooi vindt is wat haar betreft eveneens voorbij. Verkoeling en klimaatadaptatie zijn het argument en daar mag je ook de boom ruimte voor geven.
In het gesprek valt op hoe vaak Van Loon het woord ‘durven’ gebruikt. Concrete stappen zet je volgens haar alleen als er een wensbeeld ligt, een droombeeld desnoods. Dat geldt voor de Torenlaan maar net zo goed voor een tunnel onder het spoor of verkeersstromen.
“Twijfel moet je weghalen en met elkaar durven uitspreken: dat gaan we doen. Als je dingen niet durft te benoemen hou je je vast aan het oude en aan de mitsen en maren.” De verkiezingsprogramma’s en het coalitieakkoord liggen er volgens haar niet voor niets. Je moet ze blijven herhalen.
Met verhalen gaan onderwerpen leven, overal hoort een verhaal bij. Bij oude, monumentale bomen geeft ze graag het advies: geef de boom een naam met een verhaal erbij. Voor Ermelo ziet ze dat verhaal liggen. “Deze tijd heeft meer verhalen nodig. Het gaat er niet alleen om dat we ergens een beeldmerk of een landmark hebben.”
Dat een Veluwse gemeente een strand heeft was voor haar nieuw. “Als je vanaf het pontje hierheen fietst ben je zomaar in het bos. Dat is heel bijzonder.” Overdrijven hoef je dan niet meer. “Ermelo, de Veluwe, een gouden begrip hoor.”
Over participatie is ze uitgesproken helder. “Participatie is niet het opstapelen van ieders wensen. Participatie is kijken hoe je met z’n allen een plan nog beter en mooier kunt krijgen. Het algemeen belang moet voorop staan.”
Bezwaren moet een gemeente durven wegen, ook als dat betekent dat iemand teleurgesteld wordt. Het verhaal ‘ik vind het fantastisch, maar niet bij mij voor de deur’ kent ze goed maar alsnog wil ze bij ieder bezwaar het gesprek aangaan omdat er vaak iets anders achter zit dan wat op papier staat.
Zelf gaat ze overal kijken. De ochtend van het gesprek had ze een overleg over een verkeersbesluit en ze reed er eerst langs. “Dan heb ik een beeld, onthoud ik het ook en begrijp ik het beter.” In Epe nam ze collega’s mee op de middagwandeling om te laten zien hoe hun dossiers er van buiten uitzien.
Tussen alle inhoud zit het gewone werk van een nieuwe wethouder. “Een gouden bruiloft vorige week, met kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen om de tafel. In september staan er nog twee”. Aan het eind van het gesprek, tien minuten over tijd, vat ze haar opdracht weglopend samen: “Ik ga mijn best doen.”



