
Hoe het Online Dorpsgesprek het uitdaagrecht inhaalde – en de organisatie op de kop zet
Ermelo doet uiteraard aan participatie. Duurde even, er is veel geleerd in zeven jaar maar langzaamaan komt men ergens. De gemeente legt de respons vast zodat er wat te leren valt.
In de afgelopen jaren verschenen er drie stukken: een notitie Right to Challenge (2019, vastgesteld door de raad in september 2020), een overkoepelend participatiebeleid (2021) en deze maand een evaluatie van een jaar inwonersparticipatie (1 juni 2026). Op rij gelezen laten ze zien hoe de aanpak zich ontwikkelde, en groeide van een juridisch uitdaagrecht naar de praktijk van meepraten.
De start
In 2019 stond het uitdaagrecht centraal. Met Right to Challenge kunnen inwoners taken van de gemeente overnemen als zij dachten het slimmer, beter of goedkoper te doen. De notitie koos voor weinig regels en veel ruimte. De doelgroep werd klein gehouden, de ‘dubbel genetwerkte’ inwoner, iemand die de weg in het gemeentehuis kent, was kanshebber.
Raadsleden gingen als ambassadeurs het idee verspreiden want een brede campagne vond de gemeente niet passen. Het was niet zo duidelijk, en dat werd het ook nooit.
Het participatiebeleid van 2021 werkte zichzelf uit tot een nieuw systeem met drie vormen (overheidsparticipatie, inwonersparticipatie en het uitdaagrecht) in een stappenplan en participatieladder. Van informeren tot meebeslissen en met een koppeling aan de Omgevingswet. ‘Plannen maken we in Ermelo samen’, klonk het.
De stand van 2026
Het uitdaagrecht staat in de gepresenteerde evaluatie nog maar in één alinea. Aantal aanvragen: nul. Aantal keer gebruikt: nul. De gemeente blijft het middel alsnog zien als instrument voor toekomstige coproductie, ook tijdens het persuur werd dat gezegd.
De evaluatie laat in het midden of de uitkomst te maken heeft met de inwoners of met de gekozen aanpak. Enig doorvragen hierop had Right To Challenge definitief naar de prullenbak verwezen, het blijkt niet te werken en is niet modern.

Het andere kanaal liep in dezelfde periode wél vol. Het Online Dorpsgesprek was wennen maar haalt zijn percentages. Het aantal geregistreerde gebruikers steeg van 570 naar 1037, het aantal actieve deelnemers van 343 naar 593. Het traject over de fietsstraten trok 359 deelnemers, ruim boven de verwachte 200. Dat leverde 690 straatbeoordelingen op.
Het onderzoek ‘Samen Kiezen voor Ermelo’ haalde 915 reacties. Bij de bloemrijke bermen aan de Lijsterlaan reageerde 68 procent van de aangeschreven adressen, en de inrichting van een aantal vakken is op basis van die input direct aangepast.
Nemen we de hoogste score dan doet 1 op de 100 mee aan het online dorpsgesprek. Het zwaartepunt is ermee opgeschoven naar het midden van de participatieladder: raadplegen en meedenken. Inwoners praten mee over hoe een straat wordt ingericht maar nemen de straat niet over. Blijkbaar voelt dat beter.

Wat werkt
Na een jaar Dorpsgesprek staan enkele zaken op de rails. Terugkoppeling naar inwoners is vaste praktijk geworden. Deelnemers horen wanneer een aanbesteding start, een traject een volgende fase in gaat of wat er met hun inbreng gebeurt.
De gemeente combineert online raadpleging met fysieke inloopavonden en biedt enquêtes ook op papier aan, zodat minder digitaalvaardige inwoners mee kunnen doen. Het leefbaarheidsteam begeleidde een reeks initiatieven uit de samenleving zelf: drie picknicktafels, een groenvak in zelfbeheer, drie BuurtWhatsApp-borden en drie Victor Veilig-poppen, telkens met aantoonbaar draagvlak in de straat.
Op het platform is Ermelo-Centrum oververtegenwoordigd, terwijl de wijken Horst/Telgt, Ermelo-West en Ermelo-Noord achterblijven. De leeftijdsgroep 40 tot 69 jaar doet meer mee dan jongeren onder de 30 en ouderen boven de 80. De verhouding man-vrouw is gelijk getrokken.
De waarschuwing uit 2019 over een ‘participatie-elite’ is daar een beetje in terug te zien al kan je duiden dat mensen onder de 30 en boven de 80 iets anders aan hun hoofd hebben dan inspraak. Als oplossing kiest de gemeente voor een hybride aanpak.
Het vraagt tijd?
Door de evaluatie heen loopt één terugkerend woord: middelen. Het platform ‘komt pas echt tot zijn recht zodra er meer inzetbaarheid beschikbaar is’ staat in de evaluatie. De organisatie zit ‘in een overgangsfase’ Er is ‘behoefte aan professionele ondersteuning en centrale coördinatie’, en de oplossing wordt gezocht ‘binnen de huidige capaciteit en middelen’.
Je kunt niet overal iemand tussen zetten als het werk toeneemt, data is key in dit soort processen. De organisatie achter de enquête-tool levert naar men mag aannemen een mooie dataset aan, dan moet één iemand toch een resultaat kunnen presenteren? Of gebrek aan extra professionele ondersteuning het trage tempo verklaart durven we ons af te vragen. Misschien kan het strakker.
Projectleiders werden pas vanaf het najaar van 2024 gewezen op de plicht om trajecten te registreren. De evaluatie noemt het nog ‘onvoldoende verankerd’. De geplande tussenevaluatie van eind 2025 verviel ‘door diverse factoren’, zonder dat erbij staat wat zo dringend was.

De participatiecoaches, de intranetpagina en de leerbijeenkomsten uit het beleid van 2021 moeten in 2026 nog (steeds) onderzocht worden. Zo geformuleerd oogt het als ‘weinig urgent’. Is dit niet belangrijk genoeg gevonden en steekt daarom niemand er tijd in ? De klussenlijst bijhouden lukt evenmin.
Deze evaluatie ging over het verleden, er zijn veranderingen in gang gezet en ook de eerste stappen voor een ’team participatie’ zijn inmiddels gezet. De gemeente zal moeten want de Omgevingswet stelt eisen.
Netwerk-extensivering
Zelf is de gemeente al jaren een netwerkorganisatie. Dat is “een flexibele samenwerkingsvorm zonder vaste hiërarchie. Zelfstandige professionals of verschillende afdelingen bundelen tijdelijk hun expertise om kennis te delen en in te spelen op complexe, veranderende projecten.”

In januari had deze krant een gesprek met de directie, Marcel Jacobs en Saskia van Oene. Tot een artikel leidde het niet, wel tot gewaardeerd inzicht in waar de gemeentelijke organisatie nu staat. Sindsdien kijken we met andere ogen naar het gemeentelijke proces. “De gemeentelijke organisatie moet zich gaan voegen naar de omgevingsvisie” werd destijds gezegd. De druk om het netwerk uit te breiden naar het dorp neemt toe, oko van binnenuit.
Oplossingen organiseren door meer personeel in te zetten is een ouderwetse benadering en leidt vroeg of laat tot een reorganisatie. Anders werken en denken, van binnen naar buiten kijken, oppakken wat bij de professie hoort is netwerkdenken. Vanuit de inwoner, niet vanuit de bureaustoel.
Zo werd jaren niet gedacht. Oude regie loslaten is lastig maar het netwerk kan het zelf oplossen. Had de gemeente al lang die organisatievorm, nu zal het principe toegepast moeten worden buiten het gemeentehuis. Niet los van overleg beslissen maar meepraten, samen delen en zo houdbaar beleid maken.
Participatie is daardoor de killer geworden die verandering van de gemeentelijke werkwijze noodzakelijk maakt.
De volgende stap
Er ligt dan ook huiswerk met een datum. Door de Wet Versterking Participatie Op Decentraal Niveau moet Ermelo de oude inspraakverordening vervangen door een participatieverordening en dat moet vóór 1 januari 2027 gebeurd zijn. In juni 2026 is het nog een aankondiging, binnenkort komt het college er op terug. De gemeente stelt voor om voortaan jaarlijks breed te evalueren, het volgende rapport kan je tegemoet zien in juni 2027.
De gemeente gaat zich hard maken voor overheidsparticipatie, eindelijk de gemeente als partner! Niet alleen aan inwoners vragen om mee te denken over gemeentelijke plannen maar de gemeente ook mee laten doen aan plannen van anderen. Niet als beoordelaar, als participant. Een groot rolverschil met zoals het nu gaat. Een idee waar wij ons al 40 jaar voor inzetten, u kunt zich voorstellen dat we het van harte ondersteunen.


Gluren Bij De Buren heeft voet aan de grond in Ermelo

Frietmeesters pas 3 weken open en zoekt jou als medewerker

Email: contact@ermeloschecourant.nl
Whatsapp: +31341559697
